Zaterdag 28 juni, we verlaten de westkust en gaan terug naar Beauly
Klik hier voor de foto's en de route in GoogleEarth. (de route tussen Fort Augustus en Drumnadrochit mist)
Onze laatste dag aan de westkust op deze fantastische plek en we zitten tot na middernacht buiten, ondanks de muggetjes. Omdat we zo ver naar het noorden zitten, bijna ter hoogte van Oslo, wordt het 's nachts niet erg donker. We hebben niet zo'n lange rit voor de boeg dus we kunnen lang opblijven, uitslapen en nog ruim op tijd op onze bestemming aankomen, inclusief alle extra weggetjes die Teije wil rijden.
Dit is een plekje waar we graag nog eens terugkomen maar nu zit onze week er alweer op. Ondanks het overwegend slechte weer is de tijd gevlogen en dan hebben we dit keer vooral in de auto gezeten omdat het te koud en te nat was om buiten wat te doen.
Naar Eilean Donan kasteel zijn we al twee keer geweest en daar hoeven we even niet heen, maar nu ontdekken we wel een weg die er mooi boven langs gaat en vanwaar we een goed overzicht over het loch en het kasteel hebben.
De weg gaat snel omhoog en is uiteraard smal, een single track road. Het is bijna onvoorstelbaar dat ook hier mensen wonen, maar het is inderdaad zo. Bij een boerderij staan zelfs allemaal mooie handgemaakte poppen die je waarschijnlijk kunt kopen. Een atelier op eenzame hoogte! De weg gaat een hele tijd door en het duurt een hele tijd voor we weer op de doorgaande weg (A87) zijn. Als je van vergezichten houdt is deze weg zeker een aanrader.
Bij Glengarry staat een bordje Glengarry Castle hotel. We zijn er al vaak langs gereden maar vandaag gaan we maar eens kijken. Eerst komen we langs een ruine, daarna bij een redelijk modern gebouw. De ruine blijkt het echte 17e eeuwse kasteel te zijn geweest, maar vanwege instortingsgevaar is het verboden het te betreden. Da's waar ook, dat hebben we toch al eens eerder gezien (in 2000).
Na deze rit met omwegen maken we een stop in Fort Augustus. Alweer een plek waar we regelmatig doorheen rijden maar eigenlijk nooit stoppen. Dit keer gaan we een hapje eten en kijken naar de sluizen, onderdeel van het Caledonian kanaal dat de Noordzee bij Inverness verbindt met de Atlantische oceaan bij Fort William. Dezelfde reis langs de westkust per boot is nogal verraderlijk.
Er liggen 29 sluizen in het kanaal dat 4 meren verbindt waaronder Loch Ness. Hier liggen een stuk of 4 en er gaan eigenlijk alleen toeristenboten doorheen. Grappig is dat de boten hier niet varen maar getrokken worden van sluis naar sluis. Wij zitten op de kade fish en chips te eten en kijken naar de inspanningen van de bemanningen en toeristen die aan het sjouwen worden gezet.
Fort Augustus ligt aan de zuidelijke punt van Loch Ness dus een beeldje van het beroemde maar onbekende beest is wel op zijn plaats. Wij weten ondertussen dat er veel meer Schotse meren zijn die beweren een eigen monster te hebben, maar Loch Ness blijft tot de verbeelding spreken. Het is een gigantisch meer, erg diep en moeilijk te doorzoeken en ondanks alle ooggetuigenissen is er nog nooit echt iets ontdekt. Maar we blijven altijd goed kijken als we er langs rijden.
Als we bij Drumnadrochit het binnenland inrijden hebben we nog geen monsters gezien, maar Teije heeft nog wel een nieuwe weg ontdekt die nog niet is aangestreept op de kaart. De weg voert door een onbewoond gebied dat vol bloeiende brem staat. Een mooi gebied maar behalve de bloeiende natuur is er niet veel te zien.





