Maandag 23 juni, Eger, door het Bukki Nemzeti nationaal park
Zoals we ondertussen van onszelf wel gewend zijn maken we vandaag weer heel wat omwegen. Rechtstreeks van Roznava in Slowakije naar Eger in Hongarije is 105 km, maar wij doen er meer dan 300 over.Binnen een uur zijn we in Hongarije, maar we gaan direkt weer naar het noorden, door het mooie nationale park Aggteleki. Bovengronds zijn dichte bossen en ondergronds lopen uitgestrekte karstgrotten, ontstaan door regenwater dat door de zachte kalksteen heendringt. De Baradla-barlang is de grootste met een lengte van 22 kilometer.
Wij genieten vandaag van de bovengrondse schoonheid. Wanneer we een koffiestop maken worden we besprongen door tientallen vlinders die we overal tegenkomen vandaag.
Eenmaal zien we in de verte een burcht liggen, bij Boldogkovaralja. Gebouwd in de 13e eeuw, later opgeblazen door de Oostenrijkers en nu gerestaureerd en in gebruik als hotel.
Het landschap wordt saai wanneer we de heuvelrug weer verlaten, dus gaan we richting het volgende nationale park, het Bukki Nemzeti park.
We komen door allerlei onooglijke gehuchten waar de fabrieken midden in de dorpen staan. Ook rijden we door Miskolc waar veel monumenten moeten staan maar aandoet als een vieze grauwe industriestad.We willen er snel doorheen rijden, maar wanneer we een keer verkeerd rijden, komen we plotseling deze prachtige houten kerk tegen, een juweeltje.
Om 5 uur zijn we op de camping en als eerste gooien we de hele auto leeg: we hebben totaal geen overzicht meer waar wat ligt, dus gaan we eens grondig reorganiseren. Het leven bestaat grotendeels uit het verplaatsen van materie, zei een vriend van ons eens.
Dinsdag 24 juni 2003, Eger en een rit door het Bukki Nemzeti nationaal park
Een rustig dagje vandaag en we beginnen lekker lui: uitgebreid ontbijten, een boek lezen en even niets hoeven. We krijgen wel eens de opmerking dat we zoveel in de auto zitten, maar dat is dus niet altijd zo. Wel vinden we het leuk om in ieder geval iets te zien of te doen op een dag. Alleen bij de tent zitten of op een strand is er meestal niet bij. En wat het autorijden betreft: we stoppen heel vaak om even te picknicken, een kop koffie of thee te drinken of gewoon om wat te wandelen of een foto te maken.Ook hebben we nu even tijd om de waarde van de HUF eens uit te rekenen, we kwamen er gisteren maar niet uit. Een HUF (Hongaarse Forint) blijkt bijna dezelfde waarde te hebben als een oude nederlandse cent! 100 HUF is dus gewoon een gulden, oftewel € 0,45. In Polen was het gemakkelijker, 4 Zloty was een Euro en in Slowakije 40 kronen een Euro. Nu rekenen we dus alles naar guldens en vervolgens naar Euro's.
Rond het middaguur vertrekken we om een ritje te maken door het nationale park, Bukki Zemzeti. Het is een klein gebied waar toch bergen liggen tot meer dan 950 meter hoog. Het is snikheet en we zijn dan ook blij wat op grotere hoogte in de schaduw van de bossen te kunnen rijden. Na een paar uur komen we in Lillafüred, waar we gisteren al doorheen gereden zijn. Het pseudo-Gotische hotel (hiernaast op de foto) domineert het dorpje.
Eigenlijk willen we de grotten bezichtigen, maar er zijn niet voldoende mensen en de tocht gaat niet door. Onder het hotel gaat een pad naar een van de grotten waar ook deze mooie waterval te zien is.
Zodra we stilstaan in de zon begint het zweet van ons af te druipen, zo heet is het, maar wanneer we weer terugrijden richting Eger verandert de lucht ineens. Donderwolken verduisteren de zon en er steekt een stevige wind op. Gelukkig wordt het ook iets minder warm.
In Eger aangekomen is de dreiging van onweer weg, maar het blijft vochtig warm. We lopen een tijdje door het centrum dat vol staat met barokke gebouwen. Een tweede stijl die veel voorkomt is het classicisme, een wat kille bouwstijl, vinden wij. Ooit was Eger een Turkse stad, maar daar is weinig meer van te zien behalve deze losstaande minaret. De oriëntaalse sfeer die nog een beetje te vinden zou moeten zijn in de kleine steegjes (volgens de reisgids) komen wij niet tegen.
Maar wanneer we op een terrasje neerploffen, worden we wel vergast op een soort middeleeuws volkstheater. Kunstenaars met poppen verbeelden de strijd tussen de Hongaren en de Turken, tenminste dat maken wij van het verhaal. Met muziek en dans maken ze er een heel boeiend spektakel van.





