Zaterdag 08 februari, het oude Trier en een rit door het Moezeldal naar Koblenz
Ontbijten kunnen we gelukkig wel in het hotel zelf en we maken ons klaar om op pad te gaan. Wanneer Lies in de lobby komt, ziet ze een of ander mens op een bank zitten, loopt er voorbij en zegt 'Morgen'. Toch nog een andere gast in het hotel? Nee, het blijkt gewoon Jennifer te zijn. Lies' excuus is dat ze haar bril niet op heeft, maar we plagen haar er de hele dag nog mee dat ze niet eens haar eigen dochter herkent!
Ons eerste bezoek is aan het amfitheater in Trier. Het monument maakte ooit deel uit van de Romeinse stadsmuur maar ligt buiten de middeleeuwse stadswal. Dat geeft al wel aan dat Trier in de Romeinse tijd veel groter was. Deze arena is rond het jaar 100 gebouwd en er werden voornamelijk gladiatorenspelen en dierengevechten gehouden. Onder de arena is nog een grote kelder waar de wilde dieren opgesloten zaten en gevangenen die ter dood veroordeeld waren.
De akoustiek in de arena is prachtig. Het geluid is goed hoorbaar in alle richtingen tot bovenop de tribunes. In plaats van gevechten had men er beter toneelstukken kunnen spelen. Tegenwoordig worden hier ook wel concerten gegeven. Er kunnen ongeveer 20.000 toeschouwers zitten.
Aan weerszijden van de arena is een opening en het amfitheater diende in de 4e en 5e eeuw eveneens als één van de 5 toegangspoorten tot Trier. Een mooi monument dat een bezoek zeker waard is (toegangsprijs € 2,10).
Op weg naar het amfitheater en op de terugweg komen we langs deze ruïne, de keizerlijke baden (Thermae in het Latijn). Badhuizen hadden een belangrijke sociale funktie in het Romeinse leven en er waren nog meer badhuizen in Trier. Twee ervan, deze keizerlijke baden en de Barbara baden waren de grootste van het Romeinse rijk buiten Rome. Het gebouw dateert uit het begin van de 4e eeuw.
En uiteraard torenen hier en daar kastelen hoog boven het dal uit, zoals dit kasteel bij Bernkastel-Kues dat in de 7e eeuw voor het eerst wordt vermeld.
Het stadje ligt aan weerszijden van de Moezel en al snel hebben we door dat we hier wat meer moeten rondwandelen.
Er staan veel gebouwen uit de late middeleeuwen en de renaissance in die karakteristieke bouwstijl die je veel ziet in Duitsland: de vele houten balken die aan de buitenkant van huizen te zien zijn.
In het 400 jaar oude centrum zijn de straten smal en hellen de huizen soms over de straat heen. Toch rijdt er gewoon verkeer doorheen. In de meeste gebouwen zijn nu restaurants, hotels of wijnhuizen (met wijnkelders) gevestigd en we duiken ergens naar binnen voor een drankje.
Het mooiste gedeelte is wel het oude marktpleintje (begin 16e eeuw) met de St. Michael fontein. Alle huizen zijn nog in originele staat, tenminste aan de buitenkant. Dit oude centrum van de stad heeft een heel bijzondere sfeer en het is prettig om er doorheen te wandelen.
Na tientallen kleinere, maar al even schattige dorpjes doorgereden te hebben, maken we onze volgende stop in Cochem waar de Rijksburcht over het stadje waakt.De burcht ligt strategisch op een heuvel van ca. 100 meter hoog midden in het stadje en biedt naar alle kanten een goed uitzicht. Het gebouw dateert uit de eerste helft van de 11e eeuw.
Ook hier zijn middeleeuwse huizen te vinden, maar het stadje is iets ruimer opgezet dan Bernkastel-Kues. Op het plein staat een zwerver te oreren terwijl de bewoners zich naar huis reppen met de laatste boodschappen voor het weekend. Het is zaterdagmiddag en de meeste winkels zijn al gesloten. In een souvenirwinkel vinden we nog een leuke asbak met een tekening van het stadje erin gegraveerd.
Na een hapje te hebben gegeten wandelen we terug en proberen met de auto bij het kasteel te komen, maar dat lukt niet. Eerlijk gezegd zijn we te lui om er naar toe te klimmen.
Dan rijden we door tot voorbij Koblenz waar de Moezel in de Rijn terechtkomt, maar aangezien het al donker wordt, rijden we vervolgens terug naar Trier.





